Fotografie als verleiding

Naar de foto's van Risk Hazekamp (37) moet je minstens twee keer kijken. Je ziet iemand met een baard, maar is het wel een man? En is dat nou een Marlboro-man – of lijkt dat maar zo? En die drag queens – zijn dat niet eigenlijk vrouwen die mannen nadoen die vrouwen spelen? In haar werk gaat er een wereld open, waar er oneindig veel meer variaties bestaan dan alleen maar 'mannen' en 'vrouwen'.

Op de deur van haar atelier heeft Risk een uitspraak van de Amerikaanse filosofe Judith Butler opgehangen: The lines we draw are invitations to cross over and that crossing over constitutes who we are. In haar foto's zoekt Risk voortdurend grenzen op, tussen fictie en werkelijkheid, normaal en afwijkend, man en vrouw – om er vervolgens overheen te stappen. Enkele jaren geleden koos ze ervoor om gender (de culturele invulling van het sekseverschil) tot thema van haar werk te maken. "Als mensen iets over mijn foto's zeiden of schreven, ging het altijd over 'de figuur in het landschap' of de verwijzing naar Hollywood en cowboyfilms. Dat zit er natuurlijk ook allemaal in, maar waar het mij echt om ging, de inhoud, werd genegeerd. Toen besloot ik om anders te gaan werken, zodat ze er niet meer omheen zouden kunnen dat mijn werk over gender gaat. Ik wilde het de mensen door de strot duwen." Met haar grote, fel gekleurde foto's van drag kings en meisjes die op jongens lijken wil ze laten zien dat simpele categorieën als 'man' en 'vrouw' of zelfs 'homo' en 'hetero' voor veel mensen niet volstaan. "Die opgelegde vrouwelijkheid, alle ongeschreven regels over hoe je moet zitten, lopen, praten en je kleden als vrouw, dat is een stramien waar ik helemaal niet in pas. En ik ben echt niet de enige. Ik gebruik ook bewust verschillende modellen en ik fotografeer niet alleen mezelf in drag, om te laten zien dat trans-identiteit geen persoonlijke fetisj is. Het gaat over heel veel mensen, en als het maatschappelijk meer geaccepteerd zou zijn zouden er waarschijnlijk meer mensen voor kiezen."

In het atelier, gelegen op de eerste verdieping van een oud schoolpand in Rotterdam Crooswijk staan een paar eenvoudige meubels: een tafel, een bureau, een bank en een bed. Op een zwart geschilderde deur staat DOKA. Het is koud in de grote ruimte, er is niet tegen de hoge ramen op te stoken. In 2007 verhuisde Risk van Rotterdam naar Berlijn, maar haar atelier hield ze aan. "Ik móest toen echt weg uit Nederland. In Rotterdam was er geen subcultuur, er was niet eens één bar voor vrouwen. Ik kon het niet langer verdragen dat ik mezelf nergens terugzag in het straatbeeld." Het liefst was ze naar het Zuiden vertrokken, naar Spanje, maar Berlijn bleek beter betaalbaar. En daar is wél een subcultuur waar ze zich thuisvoelt. "Berlijn is bijna een soort reservaat. Als je het over drag of transseksualiteit hebt, weet iedereen waar je over praat. Het is heel normaal om aan mensen te vragen hoe ze willen worden aangesproken, als 'hij' of 'zij' of nog wat anders. Er is daar een enorme vrijheid, die mij heel veel geestelijke ruimte geeft om mezelf te ontwikkelen. In Nederland hebben mijn drag-foto's vaak een effect van een freakshow. Mensen hebben helemaal geen idee dat het fenomeen drag king überhaupt bestaat. 'Wil je eigenlijk een jongen zijn?' vragen ze dan, en verder gaat het niet. In Berlijn heerst een historisch verankerde gender-gestoordheid, die voor mij juist heel veel rust met zich meebrengt."

Risk probeert zich genuanceerd uit te drukken over de geneugten van Berlijn, dat immers een eilandje is in een verder vrij conservatief land, maar over de homo-emancipatie in Nederland is ze fel: "Zodra je gekke dingen gaat doen vinden mensen dat heel vervelend. In de kunstwereld heerst grote desinteresse in gender-zaken, waar mijn werk om draait. Het wordt in de hoek gezet van een subcultuur, en wordt als een gepasseerd station gezien. Het homohuwelijk bijvoorbeeld vind ik in eerste instantie natuurlijk een geweldige vooruitgang, maar het komt er wel op neer dat je onderdeel mag worden van de gemeenschap, als je maar precies hetzelfde doet als iedereen. En als je dan keurig trouwt, dan mag je zeker ook gezellig naar CDA-middagjes komen. Ik kan daar echt kwaad om worden, dat alles steeds maar in dat stramien moet."

Aan de witte muur van het atelier hangen een paar foto's. Een keer of zes kijkt Risk de ruimte in: met opgeplakte baard, met een wit geschminkt gezicht, in spijkerbroek en jack à la James Dean, als cowgirl op de prairie. De kleur spat ervan af, de poses zijn perfect. "Op de kunstacademie kreeg ik vaak de kritiek dat mijn foto's er te gelikt uitzagen. Ik speel met de beeldtaal van Hollywood en van modefotografie. Dat is een strategie om mensen te verleiden, met lekkere felle kleuren, maar als ze eenmaal kijken, krijgen ze een totaal ander beeld te zien dan wat ze kennen uit de fashion-bladen." Risk werkt het liefst helemaal alleen, zonder modellen of assistenten. "Ik moet echt weg om te kunnen werken, in mijn eentje op reis. Als ik dan twee weken op mezelf ben en mijn eigen stem lange tijd niet gehoord heb, dan ben ik helemaal in mezelf teruggetrokken en heb ik de juiste concentratie om te werken." In New Mexico, waar Risk artist in residence was, zocht ze verlaten plaatsen op om zichzelf, soms in drag, te fotograferen. "Ik wachtte dan minstens een halve dag om te kijken of het echt stil was. En dan maar hopen dat het weer meewerkt." Risk fotografeert altijd analoog en bewerkt ook achteraf haar foto's nooit. "De toeschouwer moet er zeker van kunnen zijn dat wat hij ziet echt is, dat ik op een bepaald moment in de tijd, op die plek, in dat licht gestaan heb." Soms gaat ze heel ver om een foto te maken. Op één foto staat in haar rug het woord NORMAL gekerfd. De rode schrammen zien er bijzonder pijnlijk uit. "Ik was eigenlijk nogal na•ef, toen. Ik had scheermesjes gekocht en vroeg een vriendin om die letters in mijn rug te zetten. Ze gaf me een kussen om in te bijten, en ik begreep niet waar dat voor nodig was. Tot ze de eerste kras zette. Het is niet bij me opgekomen om een grimeur te gebruiken, want het ging me nou juist om het aanvallen van het lichaam." Het duurde maanden voordat de letters helemaal vervaagd waren.

Het werk van Risk wordt vaak vergeleken met dat van Cindy Sherman en Catherine Opie, kunstenaars die ook zichzelf fotograferen in verschillende rollen die de grenzen van mannelijkheid en vrouwelijkheid opzoeken en oprekken. De grootste verwantschap voelt Risk echter met een filosofe, Judith Butler. Haar boek Gender Trouble, waarin ze een revolutionaire visie op gender-vraagstukken neerzet, verscheen in 1990 en was voor Risk een feest van herkenning. "Ze schrijft moeilijk, en je kan haar filosofie niet zomaar kort samenvatten. In Nederland is Butler bij een klein publiek bekend, maar in Berlijn trekt ze volle zalen en wordt ze als een popster behandeld. Onlangs gaf ze daar een lezing voor een paar duizend man, en dat ging helemaal niet over gender of sekseverschillen, maar over oorlog en de kwetsbaarheid van het leven. Ze paste de filosofische redeneringen en strategieën die ze in gendervraagstukken heeft ontwikkeld toe op dat nieuwe gebied. Ik vond dat briljant, en ik vroeg me direct af of ik dat in mijn werk ook zou kunnen doen. Zou ik andere beelden kunnen gebruiken, andere thema's kunnen aansnijden, en toch blijven vertellen wat ik te vertellen heb? Je moet, als je mensen wilt bereiken, je niet terugtrekken in een subcultuur en aan de zijlijn blijven staan. Je moet naar binnen, en dan gaan roepen."

Soms komt de waardering van het publiek uit onverwachte hoek. "In Taos, New Mexico, had ik aan het eind van mijn werkperiode een expositie. Er kwam een meisje naar me toe, dat samen was met een nogal stoere, grote vriend, en zij bedankte me nadrukkelijk voor wat ik had laten zien. Ze zei dat ze er erg door geraakt was. Toen dacht ik: 'Missie geslaagd'. Ik ben niet goed in flirten, maar ik wil gedachten in mensen op gang brengen. Met mijn foto's wil ik flirten met de geest."

Anneke van Wolfswinkel, 2010


back